Je kent hem wel. De man met de headset die stralend in de camera lacht. Of het team dat rond één laptop staat te juichen om iets wat niemand kan zien. Ze staan op duizenden websites en geen bezoeker gelooft er iets van. En toch blijft het gebeuren. De website is af, de teksten staan en dan blijkt er nog beeld nodig. Op dat moment worden foto’s een gat dat gevuld moet worden. Zonde, want je bezoeker ziet ze als eerste.
Je bezoeker heeft al een oordeel voordat hij leest
Onderzoekers van Carleton University lieten proefpersonen websites zien, 50 milliseconden per site. Dat is korter dan een knipoog. Het oordeel over de uitstraling na die flits bleek vrijwel gelijk aan het oordeel na langer kijken. In die fractie van een seconde lees je geen woord. Je ziet kleur, vorm en beeld.
Dat eerste oordeel gaat verder dan mooi of lelijk. In een onderzoek van Stanford beoordeelden ruim 2.500 mensen de betrouwbaarheid van websites. Bijna de helft van hun opmerkingen ging over de uitstraling, en dat was daarmee het vaakst genoemde punt. Je foto’s bepalen dus mee of iemand je gelooft.

Stockfoto’s zijn de diepvriespizza van het internet
Stockfoto’s hebben voordelen: snel, goedkoop (als je geluk hebt) en altijd voorradig. Maar je proeft het meteen. Een stockfoto vertelt niets over jouw organisatie, jouw mensen of jouw werk. Grote kans dat dezelfde foto bij je concurrent staat. Of erger: dat je bezoeker hem herkent van een website uit een heel andere branche.
Bezoekers slaan ze ook letterlijk over. Uit eyetrackingonderzoek blijkt dat mensen foto’s negeren die er alleen ter decoratie staan. Foto’s met echte informatie, zoals echte producten en echte medewerkers, bekijken ze juist uitgebreid. Een generieke foto neemt dus ruimte in én levert niets op. Dubbel verlies als je het mij vraagt.
Rommelig wordt het als je ze gaat combineren. De ene foto is warm en zonnig, de volgende koel en blauw, de derde lijkt in een ziekenhuis geschoten. Naast elkaar ziet dat eruit als het vakantiealbum van vijf verschillende families. De blokken zijn gevuld, maar het klopt niet.

Wat een goede foto anders doet
Echte mensen, echte gezichten.
We letten van nature op gezichten. Onderzoek liet zien dat websites met foto’s van mensen warmer en betrouwbaarder overkomen, vooral als de gezichten goed zichtbaar zijn. De conclusie is dus vrij simpel: laat je eigen mensen zien. Een collega die geconcentreerd aan iets werkt. Je product in handen van iemand die het gebruikt. Je kantoor op een gewone dinsdagochtend. Zulke beelden zijn minder gepolijst dan een stockfoto en daardoor geloofwaardiger. Met echte mensen doe je zaken.
Een blik die de weg wijst.
Mensen kijken automatisch waar een ander naar kijkt. Dat effect is al decennia aangetoond. Kijkt de persoon op je foto recht in de camera, dan blijft de aandacht bij dat gezicht hangen. Kijkt hij richting je tekst of knop, dan neemt hij je bezoeker mee.

Eén fotograaf, één verhaal.
Als al je foto’s door dezelfde fotograaf zijn gemaakt, met hetzelfde licht en dezelfde nabewerking, wordt je website één geheel. Bezoekers zien dat niet bewust, maar voelen het wel. Daar is een mooi woord voor; verwerkingsgemak: hoe makkelijker ons brein iets verwerkt, hoe prettiger we het vinden. Vijf verschillende fotostijlen op één pagina kosten meer moeite dan beelden die op elkaar aansluiten.
Slim is om dat in één keer goed te regelen. Laat tijdens één fotoreportage een beeldbank maken met portretten, sfeerbeelden en je werk in actie. Dan heb je een hoop beelden klaarliggen voor een nieuwe pagina, nieuwsbrief of LinkedIn-post.
Google kan niet kijken, dus je moet het voorzeggen
Google wordt steeds beter in het herkennen van beeld, maar heeft nog steeds hulp nodig. Geef je foto een naam die zegt wat erop staat: team-kantoor-breda.jpg zegt Google meer dan IMG_4821.jpg. Schrijf daarnaast een korte alt-tekst over wat er te zien is. Daar heeft iemand met een schermlezer net zoveel aan, en het telt mee voor de WCAG-richtlijnen.
Dan de bestandsgrootte, het klassieke struikelblok. Een foto van 8 MB rechtstreeks uit de camera is als een bos bloemen door de brievenbus duwen. Je pagina wordt traag en bezoekers haken af. Volgens Google stijgt de kans dat iemand vertrekt met 32% als de laadtijd oploopt van één naar drie seconden. Knijp je de foto te ver samen, dan krijg je korrelige plaatjes. Het kunstje is de middenweg: scherp genoeg om mooi te zijn, licht genoeg om direct te laden. Upload je foto’s in WebP. Dat formaat is kleiner dan JPG bij dezelfde kwaliteit.

Die foto van Google Afbeeldingen? Liever niet
Nog één ding, want dit gaat vaker mis dan je denkt. Even snel een mooie foto van internet halen voelt onschuldig, maar vrijwel alles wat je online vindt is auteursrechtelijk beschermd. Fotografen en beeldbureaus gebruiken software die het internet afspeurt naar hun werk. Voor je het weet ligt er een brief op de mat met een flinke rekening. Voor dat geld had je ook een fotograaf kunnen inhuren.
Hoe staat jouw website ervoor?
Scroll eens met een frisse blik door je eigen site. Staat de man met de headset er nog? Is er nieuw personeel bijgekomen dat nog niet op de teampagina staat? Heeft een collega inmiddels een heel ander kapsel? Dan is het tijd voor nieuwe beelden.






